Onderzoek/Resultaten

Youtube inhoud kan niet getoond worden met je huidige cookie-instellingen. Selecteer "Inhoud tonen" om de inhoud te zien en de Youtube cookie-instellingen te accepteren. Meer info kun je lezen in de https://policies.google.com/privacy?hl=nl [Privacyverklaring). Je kunt je altijd weer afmelden voor deze [cookie-instelling] /redirect-to-page/20d4a689-d687-430b-be85-7f0049fc540d.

Inhoud tonen

Onderzoek doen

Naast het verzamelen van schriftelijke informatie is het ook leuk praktisch onderzoek te doen. Denk aan een interview, een enquête, het uitvoeren van proeven, veldwerk, excursie of een bezoek aan bedrijven of instellingen. Na het verzamelen van de informatie/gegevens moet je deze interpreteren en confronteren met de onderzoeksvragen. Welke antwoorden kun je geven of welke conclusies kun je trekken op grond van de verzamelde informatie/gegevens?

Het doen van onderzoek begint met de onderzoeksopzet. Op basis van een goede onderzoeksopzet kun jij binnen de gestelde tijd een valide, betrouwbaar en herhaalbaar onderzoek neerzetten.



Onderzoeksopzet

(bron: scribbr.nl)

Voordat jij gaat beginnen met je profielwerkstuk, is het verstandig om met je begeleider je onderzoeksopzet te bespreken en te laten goedkeuren. Je onderzoek is misschien wel het belangrijkste onderdeel van je profielwerkstuk.

In je onderzoeksopzet bespreek je een aantal zaken:

1. Soort onderzoek: of je kwantitatief (ik ga dingen tellen) en/of kwalitatief (ik ga dingen gedetailleerd omschrijven) onderzoek doet.
2. Dataverzameling: of je Deskresearch/literatuuronderzoek of Fieldresearch/veldonderzoek of allebei doet.
3. Dataomschrijving: welke data je gaat analyseren.
4. Analysemethode: hoe je de data analyseert, ofwel je methode van onderzoek. Bespreek hoe je jouw data wilt gaan analyseren. Hier bespreek je de methode van onderzoek, je onderzoeksaanpak, waar je op voortbouwt in je theoretisch kader. Hoe je dit aanpakt hangt af van het soort onderzoek dat je doet.

Het is nogmaals van groot belang dat je voordat je jouw onderzoeksopzet gaat beschrijven je al een goed afgebakend onderwerp hebt met een probleemanalyse en hoofdvraag met bijbehorende deelvragen.

Dit hebben we al eerder gezegd maar houdt altijd rekening met de tijd die je hebt voor je profielwerkstuk, ofwel je tijdsplanning, wanneer je jouw onderzoeksontwerp vormgeeft en methoden uitkiest.

Kwaliteit van het onderzoek waarborgen:

Validiteit, betrouwbaarheid en herhaalbaarheid (bron: scribbr.nl)

De begrippen betrouwbaarheid en validiteit zorgen nog wel eens voor verwarring. Bij betrouwbaarheid gaat het erom dat je meetinstrument betrouwbare resultaten geeft, d.w.z. dat je meetinstrument steeds dezelfde resultaten geeft onder dezelfde condities. Een voorwaarde voor validiteit is dat je resultaten betrouwbaar zijn. Als een meting niet betrouwbaar is kan die niet valide zijn. Daarom kun je het beste eerst nagaan of je meting betrouwbaar is. Betrouwbaarheid heeft te maken met eerlijk meten en met nauwkeurig meten. 

 

De validiteit verwijst naar de juistheid of accuraatheid van metingen: meet het meetinstrument hetgeen het moet meten? Zelfs als je meting betrouwbaar is (je meet steeds hetzelfde), dan hoeft de meting nog niet valide te zijn. Een van de belangrijkste bedreigingen van de validiteit is de sociale wenselijkheid. Doordat mensen vaak niet de (hele) waarheid vertellen, loop je de kans een vertekend beeld te krijgen.


Het is belangrijk dat je onderzoek valide is. Valide betekent zoiets als geldig. Een onderzoek is valide als je resultaten passen bij wat je te weten wilt komen. Dit lijkt heel vanzelfsprekend maar heel vaak zie je dat dit niet gebeurt. Meet je wat je wilt meten? Gebruik je het meest geschikte instrument of apparaat om je metingen uit te voeren? 


 Betrouwbaarheid en validiteit zijn sterk aan elkaar gerelateerd, maar duiden op verschillende kwaliteiten van het onderzoek. Zo kan een meting betrouwbaar zijn, zonder valide te zijn. Daarentegen is een valide meting doorgaans ook betrouwbaar.
De validiteit en betrouwbaarheid van je scriptie worden bevorderd door de afbakening in je onderzoeksvraag, keuze en opzet van je onderzoeksmethode(n), de keuze voor je respondenten, de wijze van dataverzameling en je data-analyse. Dit betekent dat je hierover al in je Plan van Aanpak moet nadenken.

Valide (validiteit)

Een onderzoek is valide als je meet met je onderzoeksmethode wat je wil meten. Wanneer je de validiteit van je onderzoek test, ga je na in hoeverre de resultaten uit je onderzoek overeenkomen met de werkelijkheid.

Bij validiteit gaat het om de vraag of de resultaten uit jouw PWS wel juist zijn en of je op basis hiervan harde conclusies kunt trekken. Zo corresponderen de resultaten van een valide onderzoek met de werkelijke eigenschappen, fenomenen en variaties in de fysieke en sociale wereld.

Validiteit is niet hetzelfde als betrouwbaarheid. 

  • Validiteit: gaat om de juistheid van de resultaten (bijvoorbeeld of de meetschaal waarmee je hebt gemeten juist is afgesteld).
  • Betrouwbaarheid: gaat om de consistentie van de meting (oftewel of de weegschaal steeds hetzelfde resultaat geeft als een persoon met hetzelfde gewicht er meerdere keren op gaat staan).


Validiteit waarborgen in je onderzoeksopzet:

  • Kies de juiste bewezen methoden om je onderwerp te onderzoeken.
  • Als je zelf een methode ontwikkelt (bijvoorbeeld door een enquête op te stellen), moet dit gebaseerd zijn op wetenschappelijke theorieën en/of eerdere studies. Let hierbij ook goed op hoe je bijvoorbeeld interviewvragen verwoordt.
  • Baken het onderzoek voldoende af en zorg ervoor dat je onderzoeksmethoden ook specifiek geschikt zijn om jouw probleem volledig te meten ten behoeve van de interne validiteit.
  • Zorg ervoor dat je voldoende respondenten verwerft in je steekproef, voldoende cases onderzoekt of voldoende metingen verricht voor de externe validiteit.

Betrouwbaar

De betrouwbaarheid gaat over de mate waarin een meting in je PWS vrij is van fouten, op consistente wijze iets meet en daarmee herhaalbaar is. Hier zorg je voor door willekeurige meetfouten (random errors) te voorkomen.


Betrouwbaarheid waarborgen tijdens de uitvoering van je onderzoek 

  • Herhaalbaarheid
  • Pas de methoden op consistente wijze toe door bijvoorbeeld ervoor te zorgen dat een interview steeds in dezelfde setting plaatsvindt.
  • Standaardiseer het onderzoeksverloop. Zo kun je bijvoorbeeld al je respondenten van dezelfde informatie voorzien voordat je hen vraagt naar hun mening over een bepaald fenomeen.

Herhaalbaarheid

Je weet zeker dat je onderzoek betrouwbaar is wanneer bij een hermeting (ongeveer) hetzelfde resultaat wordt gevonden. Dit kun je garanderen door fouten te voorkomen en door te kiezen uit een van de volgende handelingen:

  • Test-hertest: Voer dezelfde meting meerdere keren uit en meet de consistentie van deze metingen door de tijd heen (de mate van overeenstemming).
  • Paralleltest: Je doet een tweede meting met een parallel instrument om de overeenstemming te bekijken.
  • Replicatie: Je herhaalt simpelweg het hele onderzoek om de overeenstemming te bekijken.

Herhaalbaarheid van kwalitatief onderzoek waarborgen met je logboek 

Bij kwalitatief onderzoek, garandeer je de herhaalbaarheid door tijdens je onderzoek alles wat gebeurt in een logboek bij te houden. Dit heet een audit trail. 


In je PWS heb je vaak niet de tijd om het onderzoek meerdere keren uit te voeren en hiermee de herhaalbaarheid aan te tonen. In de ‘audit trail’, oftewel je logboek, leg je daarom alles vast wat je hebt gedaan tijdens het onderzoek. Zo maak je inzichtelijk op welke wijze je de onderzoeksgegevens hebt verkregen. 


Ook het primaire onderzoeksmateriaal, zoals bijvoorbeeld de transcripten van je interviews stel je beschikbaar voor derden. Je kunt alle documentatie in de bijlagen van je PWS opnemen. Zo maak je je onderzoek herhaalbaar en navolgbaar.

Wat is kwantitatief en kwaltatief onderzoek? 

(bron: Scribbr.nl)

Kwantitatief Onderzoek

Met kwantitatief onderzoek probeer je feiten te achterhalen. De resultaten worden vaak uitgedrukt in cijfers. Met een kwantitatief onderzoek verzamel je dus data, zelf of middels databanken. De data is meestal in de vorm van cijfers, die kunnen worden gecategoriseerd of gerangschikt. Je maakt gebruik van grafieken en/of tabellen om de data te presenteren en interpreteren.

Kwantitatief onderzoek is meestal op basis van een vooraf opgesteld theoretisch kader dat wordt gebruikt om de data te analyseren. Je doet onderzoek naar een onafhankelijke middels afhankelijke variabelen. Hierbij stel je vaak een hypothesen op die je door middel van de data gaat testen. een vaststaande onderzoeksopzet.

Kwantitatieve onderzoeken (zoals bijvoorbeeld experimenteel onderzoek, enquête- en surveyonderzoek en monitoring) hebben meestal de volgende kenmerken:
- Data worden verzameld door middel van gestandaardiseerde technieken;
-Er wordt gezocht naar correlaties en causale relaties tussen de variabelen.
- Data en analyses (zoals een regressie-analyse, T-toets of Anova) worden ingezet om te testen of de hypothesen kloppen.

Kwalitatief onderzoek

Kwalitatief onderzoek is meer beschrijvend van aard dan kwantitatief onderzoek en richt zich op interpretaties, ervaringen en betekenis. Kwalitatieve resultaten worden meestal weergegeven in woorden. De kwalitatieve onderzoeksstijl is meestal een herhalend proces. Het doel is om inzicht te krijgen in de verschillende interpretaties en opvattingen die mensen hebben en de betekenis die ze toekennen aan bepaalde gebeurtenissen of verschijnselen. Het gaat bij kwalitatief onderzoek niet zozeer om het testen van theorieën.

Kwalitatief onderzoek wordt onder andere uitgevoerd:

- in complexe situaties;
- wanneer een onderzoeker fundamenteel bezwaar heeft tegen het kwantificeren van verschillende aspecten van het menselijk bestaan;
- als het onderzoek gaat over gedachten, betekenis of ervaring;
- om relevante variabelen voor een kwantitatieve studie te bepalen;
- om onverwachte correlaties van een kwantitatieve studie verder te onderzoeken.


Verschillende kwalitatieve onderzoeksmethoden (zoals bijvoorbeeld diepte-interviews en observaties) hebben de volgende kenmerken:

- de onderzoeker heeft meestal op voorhand geen duidelijk beeld van welke concepten en resultaten belangrijk zullen zijn;
- de onderzoeksopzet is vaak meer flexibel dan bij kwantitatieve studies;
- onderzoek wordt uitgevoerd in ‘real-life’-settings;
- de constructie van theorie is belangrijker dan het testen van theorie;
- Hypothesen komen (bijna) nooit voor.

Kwantitatieve 0nderzoeks-methoden

Deskresearch/literatuuronderzoek
Fieldresearch/veldonderzoek

Data omschrijven

Klik hier voor een overzicht van alle onderzoeksmethoden!
(Bron: Scribbr.nl)

Database onderzoeken (deskresearch/literatuuronderzoek)

Voor database onderzoeken worden alleen secundaire gegevens gebruikt, oftewel gegevens die al door anderen zijn verzameld.

Data omschrijven:

Database, rapporten, e.d.
Inclusie- en exclusiecriteria.

Rapporten analyseren (deskresearch/literatuuronderzoek)

Cijfers analyseren (deskresearch/literatuuronderzoek)

Enquête (fieldresearch/veldonderzoek)

Een enquête is bedoeld om kwantitatieve informatie te verzamelen. Om bruikbare informatie te verkrijgen moeten je vragen aan bepaalde criteria voldoen. Belangrijk is met name dat ze eenduidig zijn: voor alle respondenten op dezelfde manier te begrijpen en op een duidelijke manier te beantwoorden. Voor een goede verwerking houd je je over het algemeen aan gesloten vragen.

Data omschrijven:
grootte/plaats/tijd/periode etc.

Steekproef (fieldresearch/veldonderzoek)

Met een steekproef verzamel je data over een specifieke groep of populatie. Met een steekproef kun je iets over alle leden van de groep zeggen, zonder dat je alle leden van deze groep moet onderzoeken. Een steekproef wordt veelal gebruikt in kwantitatief onderzoek.


Data omschrijven:
grootte/plaats/tijd/periode/cross-sectioneel of longitudinaal

Cross-sectioneel onderzoek (fieldresearch/veldonderzoek)

Bij een cross-sectioneel onderzoek verzamel je data voor meer dan een geval. Dit doe je maar op een moment. Hiermee verzamel je kwantificeerbare gegevens voor twee of meer variabelen.

Het doel van cross-sectioneel onderzoek is om de variatie tussen gevallen vast te stellen. Let op dat je met deze onderzoekssoort geen causale relatie tussen variabelen kunt vaststellen, maar alleen of er een relatie bestaat tussen de variabelen.

Data omschrijven:
grootte/plaats/tijd/periode/cross-sectioneel of longitudinaal

Tests (fieldresearch/veldonderzoek)

Observaties significant aantal (fieldresearch/veldonderzoek)

Observatie is een methode waarmee je simpel gezegd observeert, kijkt en luistert naar wat mensen doen en wat ze bezighoudt. Om je observaties wetenschappelijk te maken, is het belangrijk systematisch verslag te leggen.

In veel onderzoeken en scripties kan het nuttig zijn om aandacht te besteden aan menselijk gedrag. Een voor de hand liggende techniek hiervoor is kijken hoe mensen reageren in bepaalde situaties, welk gedrag ze vertonen en wat voor interacties plaatsvinden. 

Dit betekent niet dat observaties gemakkelijk en informeel zijn. Want observatie wordt pas echt een onderzoeksmethode als je dit kijken combineert met verslagleggen, beschrijven, analyseren en interpreteren.

Interviews significant aantal – tot verzadiging optreedt (fieldresearch/veldonderzoek)

Het interview is een veelgebruikte methode om gegevens te verzamelen voor je profielwerkstuk. Maar hoe ga je dan precies te werk?

Kies een onderzoeksmethode (kwalitatief of kwantitatief), een daarbij passende interviewvorm en de juiste manier om je interview te houden. Daarnaast bepaal je het aantal mensen dat je wilt gaan interviewen en bedenk je de juiste vragen.

Experimenteel onderzoek (fieldresearch/veldonderzoek)

Tijdens een experiment manipuleer je als onderzoeker een bepaalde variabele (zoals een omstandigheid of verschijnsel), waarna je het effect van die manipulatie gaat bekijken. Deze onderzoekssoort wordt gebruikt om causaliteit vast te stellen. Hierbij onderzoek je of de gemanipuleerde variabele een verschil in de afhankelijke variabele teweegbrengt.

Kwalitatieve 0nderzoeks-methoden

Deskresearch/literatuuronderzoek
Fieldresearch/veldonderzoek

Data omschrijven

Klik hier voor een overzicht van alle onderzoeksmethoden!
(Bron: Scribbr.nl)

Specifieke literatuur verzamelen met sneeuwbalmethode (deskresearch/literatuuronderzoek)

Specifieke cases bestuderen (deskresearch/literatuuronderzoek)

Interviews (fieldresearch/veldonderzoek)

Het interview is een veelgebruikte methode om gegevens te verzamelen voor je profielwerkstuk. Maar hoe ga je dan precies te werk?

Kies een onderzoeksmethode (kwalitatief of kwantitatief), een daarbij passende interviewvorm en de juiste manier om je interview te houden. Daarnaast bepaal je het aantal mensen dat je wilt gaan interviewen en bedenk je de juiste vragen.

Observaties (fieldresearch/veldonderzoek)

Observatie is een methode waarmee je simpel gezegd observeert, kijkt en luistert naar wat mensen doen en wat ze bezighoudt. Om je observaties wetenschappelijk te maken, is het belangrijk systematisch verslag te leggen.

In veel onderzoeken en scripties kan het nuttig zijn om aandacht te besteden aan menselijk gedrag. Een voor de hand liggende techniek hiervoor is kijken hoe mensen reageren in bepaalde situaties, welk gedrag ze vertonen en wat voor interacties plaatsvinden. 

Dit betekent niet dat observaties gemakkelijk en informeel zijn. Want observatie wordt pas echt een onderzoeksmethode als je dit kijken combineert met verslagleggen, beschrijven, analyseren en interpreteren.

Experimenten (fieldresearch/veldonderzoek)

Focusgroep (fieldresearch/veldonderzoek)

Een focusgroep (ook wel focusgroep-interview genoemd) is een kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij een groep mensen wordt samengebracht om te discussiëren over een vooraf bepaald onderwerp. Een focusgroep is dus een soort interview waaraan meerdere respondenten tegelijkertijd deelnemen. De onderzoeker stelt vragen aan de groep en faciliteert discussie.

Het doel van een focusgroep is om data te verzamelen.

Analyse van kwantitatieve en kwalitatieve data

(bron: Scribbr.nl)

Analyse van kwantitatieve data


Het analyseren van kwantitatieve en kwalitatieve data wordt op verschillende manieren gedaan. Met kwantitatieve gegevens kun je veel doen. Je kunt gemiddeldes en hun standaarddeviatie berekenen, de frequentie van een bepaald antwoord tellen of de gegevens in procenten verdelen.

Softwareprogramma’s die je daarbij kunnen helpen zijn SPSS , Excel en SAS. Deze programma’s worden ook wel in combinatie met elkaar gebruikt. Resultaten van een kwantitatief onderzoek worden vaak weergegeven in een tabel of grafiek.

Analyse van kwalitatieve data

Ook kwalitatieve data kunnen op verschillende manieren worden geanalyseerd. Een aantal van deze manieren zijn:
(1) regelmatigheden ontdekken
(2) de betekenis van tekst of gedrag achterhalen
(3) reflectie
(4) verschillende taaldimensies bestuderen.

Met dat verkregen middels interview(s) kun je bijvoorbeeld het volgende doen. Eerst schrijf je het interview uit (dit wordt ook wel ‘transcriberen’ genoemd). Vervolgens bestudeer je het transcript en codeer je de tekst. Nadeel hiervan is dat dit een erg tijdrovende en saaie klus is.
Na het herhaaldelijk uitvoeren van dit proces bij meerdere interviews kun je de codes vergelijken met elkaar en op zoek gaan naar patronen, die de basis vormen van je uiteindelijke analyse. De resultaten van kwalitatief onderzoek worden meestal met woorden beschreven. Soms worden ze ondersteund door tabellen, grafieken of afbeeldingen.
Er zijn speciale softwarepakketten beschikbaar voor de analyse van kwalitatief onderzoek, zoals NVivo, ATLAS.ti, Kwalitan, KODANI en MAXqda.

Resultaten van kwantitatieve en kwalitatieve data

(bron: scribbr.nl)

Als je onderzoek is uitgevoerd en je analyses zijn gedaan, kun je aan het resultatenhoofdstuk van je profielwerkstuk beginnen. Hierin komen de belangrijkste resultaten van je onderzoek naar voren en worden deelvragen beantwoord of hypotheses getest. Hoe de resultatensectie van je profielwerkstuk eruit komen te zien verschilt per onderzoeksmethode, maar in grote lijnen is het voor elke methode hetzelfde.

Resultaten van kwantitatieve data


Resultaten worden weergegeven door middel van statistische analyses en correlaties.

Structuur
Als je onderzoek is uitgevoerd en je in het bezit bent van alle data dan kun je beginnen met deze te rapporteren in je resultatenhoofdstuk. Het handigst en het duidelijkst is om dit aan de hand van je opgestelde deelvragen/hypothesen te doen, welke uiteindelijk antwoord geven op je onderzoeksvraag.

Presenteren en bespreken resultaten
Per deelvraag op hypothese bespreek je alleen de resultaten die relevant zijn op deze te beantwoorden of te testen. Het is belangrijk dat je daarna kort de gepresenteerde resultaten interpreteert/ uitlegt wat deze betekenen voor je betreffende deelvraag of hypothese. Dit is in feite een korte conclusie (deelconclusie), maar je gaat hierbij nog niet verder in op de betekenis van deze deelconclusie voor je onderzoeksvraag.
Als je hypotheses hebt opgesteld, kun je hier ook aangeven of deze bevestigd worden door jouw onderzoek of niet.

Grafieken en tabellen
Het toepassen van grafieken en/of tabellen is gebruikelijk, maar doe dit alleen als ze iets toevoegen en de resultaten erdoor worden ondersteund. Bij gebruik is het belangrijk dat je altijd in de tekst naar de grafieken of tabellen verwijst. Zo kun je de lezer bekent maken met het figuur en is het bekend waar de gegevens vandaan komen. Als je dit niet doet is het gebruik er van zinloos en verwarrend.

In je resultatenhoofdstuk moeten alleen de resultaten komen te staan die relevant zijn voor jouw deelvragen of hypotheses en daarmee voor de beantwoording van je onderzoeksvraag. Overige resultaten kun je eventueel in de bijlagen van je scriptie voegen.


Resultaten van kwalitatieve data

Resultaten worden weergegeven door middel van woordelijke beschrijvingen

Structuur
Als je onderzoek is uitgevoerd en je in het bezit bent van alle data dan kun je beginnen met deze te rapporteren in je resultatenhoofdstuk. Bij een kwalitatief onderzoek met bijvoorbeeld interviews worden echter niet altijd deelvragen of hypotheses opgesteld. Voor het besrpeken van je resultaten kun je dan het beste je vragenlijst aanhouden die je hebt gebruikt voor de interviews. Deze geeft een goed overzicht van de onderzochte topics die belangrijk zijn voor de beantwoording van de onderzoeksvraag.

Presenteren en bespreken resultaten
Ga vervolgens in op de resultaten per deelvraag, hypothese of topic/vraag. De resultaten kun je vaak goed ondersteunen en verduidelijken door gebruik te maken van relevante quotes uit de interviews. Na het presenteren van de resultaten bespreek je kort en bondig de betekenis voor de deelvraag, hypothese of topic/vraag. Dit is in feite een korte conclusie (deelconclusie), maar je gaat hierbij nog niet verder in op de betekenis van deze deelconclusie voor je onderzoeksvraag.
Als je hypotheses hebt opgesteld kun je hier aangeven of deze bevestigd zijn in jouw onderzoek of niet.

In je resultatenhoofdstuk moeten alleen de resultaten komen te staan die relevant zijn voor jouw deelvragen, hypotheses of topics/vragen en daarmee voor de beantwoording van je onderzoeksvraag. Overige resultaten kun je eventueel, in de vorm van het gehele transcript van de interviews, in de bijlagen van je scriptie voegen.